vrijdag 28 december 2012

Annie

Het was geleden van Oliver! dat we nog eens naar de musical geweest waren. Hoog tijd dus voor een nieuw bezoek aan de Antwerpse Stadsschouwburg. Daar staat deze dagen Annie op het programma, een musical die we beslist wilden zien.

Het was op enkele dagen na dertig jaar geleden dat ik Annie voor het eerst in de bioscoop zag, op oudejaarsdag 1982. Ik heb de film toen gezien in een (ondertussen ter ziele gegane) volle zaal Chaplin in Brugge, samen met mijn jeugdvriend Frank en zijn zus Lara. (Dat ik dat nog nog zo precies weet, komt doordat ik in die tijd een dagboek bijhield.) Ik vond Annie fantastisch, en kort nadien heb ik de soundtrack van de film gekocht. Op muziekcassette, want cd’s waren er in die tijd nog niet, en een ouderwetse platendraaier hebben we thuis nooit gehad.

annie1De muziek van Annie (de filmversie) is altijd een van mijn favoriete musicalsoundtracks gebleven, en ik heb er in de loop der jaren nog vaak naar geluisterd. Het cassetje heeft ondertussen plaats geruild voor de digitale versie. Ter voorbereiding van ons dagje Antwerpen heb ik er nog eens naar geluisterd. Na al die tijd klonken de stemmen van Aileen Quinn (Annie), Albert Finney (Daddy Warbucks), Carol Burnett (Miss Hannigan) en Ann Reinking (Grace Farrell) nog erg vertrouwd in de oren, en heel wat liedjes (o.a. It’s the hard-knock life, I think I’m gonna like it here, We got Annie, Let’s go to the movies, You’re never fully dressed without a smile en natuurlijk Tomorrow) kon ik nog bijna helemaal uit het hoofd meezingen (probeer je toch maar liever niet voor te stellen hoe dat klinkt…).

Dertig jaar na de film is er nu dus de Vlaamse musicalversie, met in de hoofdrollen Lotte Declerck en Pommelien Thijs (Annie), een kaalgeschoren Mark Tijsmans (Warbucks), Deborah De Ridder (Hannigan) en Maike Boerdam (Grace). Het was even wennen aan de Vlaamse teksten, maar daar was ik al min of meer op voorbereid door de reeks Op zoek naar Annie op vtmKzoom (neen, mijn leeftijdscategorie behoort niet tot het Kzoom-doelpubliek, maar Annelies kijkt er nog wel af en toe naar…).

We vonden al dat de prijs van onze categorie 1-tickets eerder aan de lage kant lag in vergelijking met eerdere musicals, maar toen we eenmaal in de zaal zaten, meenden we te begrijpen hoe dat kwam: geen spoor van een live orkest te bekennen! Wellicht heeft men door het terugschroeven van de subsidies voor de Vlaamse musical hier en daar serieus moeten besparen, en heeft men geoordeeld dat het evengoed zonder orkest kon. Er is ook bespaard op de programmaboekjes, die deze keer op mat in plaats van op glanzend papier gedrukt zijn, waardoor heel wat foto’s minder tot hun recht komen. Toch wel jammer.

Maar dat was dan ook het enige minpuntje aan Annie. Voor de rest vonden we de musical helemaal top!

We hebben ondertussen al kaartjes geboekt voor een volgende musical: komende zomer is Cats weer te zien in het casino-kursaal in Oostende, en dat mogen we natuurlijk in geen geval missen…

www.musichall.be

zondag 16 december 2012

De Notenkraker

Half december: de kerst hangt in de lucht, en traditioneel staan dan weer zowat overal voorstellingen van De Notenkraker op het programma, een van de drie overbekende balletten van Tsjajkovski – de overige twee zijn Het Zwanenmeer en De schone slaapster (Doornroosje). We hebben nog eventjes getwijfeld tussen een voorstelling in de Gentse Capitole of het Ballet in de cinema-evenement van Kinepolis, en we kozen uiteindelijk voor dat laatste.

Ja, ik hoor het je al zeggen: er gaat toch niets boven een live voorstelling in een theater? Kan zijn, maar het Kinepolis-evenement is toch wel the next best thing, zo weet ik uit mijn ervaringen met Opera in de cinema: als kijker zit je hier letterlijk op de eerste rij, met vele close-ups, verschillende camerastandpunten, interviews met de artiesten en een blik achter de schermen tijdens de pauze. Bovendien kwam deze voorstelling rechtstreeks uit het Bolsjojtheater in Moskou, live in HD.

De muziek van De Notenkraker is natuurlijk alom gekend. Het is het kerstballet bij uitstek. Disney gebruikte de muziek in 1941 al in zijn animatiefilm Fantasia, en de muziek maakte ook deel uit van de soundtrack van Mickey’s Nutcracker Parade, een van de kerstparades van Disneyland Parijs. Daardoor was de muziek ook genoegzaam bekend bij mijn huisgenoten, want eigenlijk ben ik de enige liefhebber van klassieke muziek in ons gezin. Maar De Notenkraker is licht verteerbaar, en de voorstelling werd door ons alle drie erg geapprecieerd.

ballet

Over enkele weken gaan we naar een echt theater: dan trekken we naar Antwerpen voor een musical in de stadsschouwburg: Annie!

www.kinepolis.be/ballet

zondag 9 december 2012

Oh Myyy!

ohmyyyAls je, zoals ik, een Star Trek-fan bent, dan weet je ongetwijfeld wie George Takei is. Takei, een Amerikaans acteur met Japanse roots, verwierf eind de jaren ’60 bekendheid met zijn rol als Mr. Sulu in de originele Star Trek-reeks.

Takei is ondertussen 75, en zette amper twee jaar geleden zijn eerste stappen op sociaalnetwerksites: eerst Twitter, dan Facebook. Het mag dan ook een klein wonder heten dat hij vandaag de dag een van de meest invloedrijke persoonlijkheden op Facebook is. Jawel: zijn Facebookpagina heeft ondertussen al meer dan drie miljoen ‘likes’, en hij heeft een schare fans verzameld die bijzonder geëngageerd zijn.

Over dat alles heeft hij nu een boek geschreven: Oh Myyy! (een van Georges kenmerkende uitspraken), met als ondertitel: There goes the Internet! En wat meer is: George heeft, zoals het een echte digitale techneut beaamt, besloten om over te gaan tot self-publishing. Geen uitgever nodig, gewoon alles zelf doen, en uitbrengen als e-book. Nadeel is dat de lay-out er niet echt professioneel uitziet, maar een bijzonder groot voordeel is dat de auteur hierdoor de tijd tussen schrijven en publiceren drastisch heeft kunnen inkorten.

De voorverkoop ging al van start toen George nog volop bezig was met schrijven, en hij beloofde de eerste duizend intekenaars een extra hoofdstuk, exclusief voor hen. Maar hij zou het boek wel uitbrengen als een met een wachtwoord beveiligd pdf-bestand. Niet echt praktisch om te lezen op de e-reader, maar ik besloot toch om Oh Myyy! in voorverkoop aan te schaffen. Immers: ik ben een van die drie miljoen toegewijde fans van George, en ik was bijzonder benieuwd naar wat hij in zijn boek allemaal te vertellen had.

Ik heb er geen spijt van gekregen: van zodra ik de tijd had, ben ik meteen beginnen lezen, en twee dagen later had ik het boek al uit. Het was een kleine moeite om de pdf-encryptie er met een op het internet gevonden tooltje snel af te halen, zodat ik het bestand toch comfortabel op mijn Sony Reader kon lezen. (Don’t worry, George, I won’t illegally distribute your book.) Ondertussen is de officiële versie (zonder het extra hoofdstuk, weliswaar, want daar ben je nu te laat voor) beschikbaar voor de Kindle en de Nook.

Een absolute aanrader voor alle fans van George Takei, en voor iedereen die benieuwd is naar hoe je succesvol de sociale media bespeelt. Het boek is bijzonder vlot geschreven en is doorspekt met humor. Oh Myyy!

www.facebook.com/georgehtakei
www.theohmybook.com
twitter.com/GeorgeTakei

zondag 2 december 2012

Populaire

PopulaireHet gebeurt niet vaak dat ik de labels typen en film op dezelfde blogpost kan toepassen, maar deze keer is dat wel het geval. Ja, je begrijpt het goed: een heuse bioscoopfilm waarin de mij zo nauw aan het hart liggende typesport centraal staat. Want – en nu zullen heel wat lezers wellicht vreemd opkijken – typen is wel degelijk een sport, zoals je na het bekijken van deze film ongetwijfeld zult beamen. Voor wie het niet mocht weten: er worden wedstrijden in sneltypen gehouden, en om de twee jaar is er zelfs een wereldkampioenschap. Ik ben zo vrij de lezer bij deze te herinneren aan mijn eerdere stukjes Typen voor de sport en Het nieuwe wedstrijdseizoen.

Maar goed, nu naar de film: het betreft Populaire, een Franse romantische komedie met Romain Duris en Déborah François in de hoofdrollen en regiedebuut van Régis Roinsard. De cast telt ook enkele gekende namen als Bérénice Bejo (The Artist) en Miou-Miou (alom gekend Frans filmicoon).

Al vanaf de begintitels roept Populaire de sfeer op van een lekker ouderwetse Franse komedie. Ook de authentieke decors, kostuums en rekwisieten uit de fifties en de geslaagde soundtrack van Rob & Emmanuel d’Orlando, met nummers van o.a. Ella Fitzgerald en Gilbert Bécaud, leveren een belangrijke bijdrage aan de hele sfeerschepping.

Hoewel romantische komedies – laat staan Franse – eigenlijk niet mijn favoriete filmgenre zijn, viel de toon van de film bij mij meteen in de smaak. Maar dat kan natuurlijk ook aan het onderwerp liggen. De film speelt zich af eind de jaren vijftig. Het hoofdpersonnage, Rose Pamphyle, dochter van een lokale kleine zelfstandige, solliciteert voor een job als secretaresse. Ze slaagt erin verzekeringsmakelaar Louis Échard te overtuigen haar in dienst te nemen, maar Louis stelt een voorwaarde: Rose moet meedoen aan een regionale typewedstrijd én winnen.

De film voert de kijker vervolgens mee in het boeiende wereldje van de wedstrijden machineschrijven. Rose kan al razendsnel typen met twee vingers, maar moet met alle tien leren typen om nog beter te worden. Eerst wint Rose de regionale wedstrijd, vervolgens het nationale concours in Parijs, en daarna volgt het wereldkampioenschap in New York! De wedstrijden zijn erg boeiend in beeld gebracht – ik geef toe dat het er in werkelijkheid heel wat minder spannend aan toe gaat – en krijgen de allures van een echt sportevenement (inclusief joelende toeschouwers langs de zijkant).

De makers hebben kosten noch moeite gespaard om de film een zo authentiek mogelijk karakter te geven. Vorig jaar zijn de regisseur en de hoofdrolspeelster nog komen kijken op het échte wereldkampioenschap van Intersteno in Parijs, en enkele Belgische en Tsjechische sneltypisten werden opgetrommeld om in Populaire te figureren.

Ik denk dat ik een van de komende dagen nog maar eens ga kijken…

www.imdb.com/title/tt2070776/

maandag 12 november 2012

20 jaar Disneyland Parijs

20 jaar Disneyland Parijs

We zijn net een dag of tien terug van Disneyland Parijs, waar we Halloween, de 18e verjaardag van onze dochter en onze 20e huwelijksverjaardag gevierd hebben. En speciaal voor ons hadden ze in Disneyland overal een grote gouden ‘20’ op gezet.

Wacht eens… nu ik erover nadenk: het zou natuurlijk ook kunnen dat dat voor de 20e verjaardag van Disneyland zelf was. In ieder geval, naar goede gewoonte heb ik er weer een uitgebreid tripreport over geschreven en heb ik heel wat foto’s online gezet.

Het tripreport kun je lezen door hieronder te klikken:

Bekijk hier een selectie van onze foto’s:

Veel lees- en kijkplezier!

picasaweb.google.com/gebotopia/DisneylandParijs2012
issuu.com/gebo007/docs/dlp2012

zaterdag 8 september 2012

Workshop Veyboard

Enkele weken geleden zijn we weer naar de Tweede Kamer in Den Haag getrokken – voor de tweede keer al dit jaar –, deze keer voor een workshop Veyboard. Intersteno vroeg me om er een Engelstalig stukje over te schrijven voor hun volgende nieuwsbrief. Jullie mogen meelezen:

The Veyboard

On August 20th, 2012, the Dutch Interinfo Group and the Parliamentary Reporting Office of the States General of The Netherlands together organized a workshop Veyboard in The Hague. A second workshop was held on September 14th.

Both workshops were given by Ms. Marianne van Gool. After an introduction, the participants (including people from The Netherlands and from Belgium) received a first lesson and they could try out the Veyboard for themselves. They quickly discovered this was not an easy feat.

Veyboard is an orthographic syllabic chord keyboard. This means you type syllables, not characters, by pressing multiple keys simultaneously. An orthographic chord keyboard is very different from a phonetic chord keyboard like a stenotype machine, which produces an intermediate shorthand format. In contrast, the Veyboard can directly produce correctly spelled readable text (provided its operator doesn’t type any mistakes, of course).

The keys are arranged in a butterfly-like pattern. On the left side of the keyboard (the left wing of the butterfly), there are keys for typing the consonants at the beginning of a syllable. The right side is roughly a mirror of the left side: here you’ll find the same consonant keys, but mirrored. They are used for typing the consonants at the end of a syllable. The vowels are located in the middle of the keyboard.

For example, when typing the word soft, you type four keys simultaneously: the s on the left side of the keyboard, the o in the middle, and the f and t on the right side of the keyboard. When the keys are released, the Veyboard produces the one syllable word soft, including a final space. If you want to make longer words (like software), you can prevent the addition of a space by simultaneously pressing the big “no space” key with the palm of your right hand. If you want the first letter capitalized, you also press the “capital” key with your left hand. The Veyboard software is smart enough, however, to automatically capitalize the first word of a new sentence (after a period, question mark or exclamation mark).

If you inspect the keyboard closely, you’ll notice that not all consonants have their own key. Some of them are produced by typing a combination of keys, e.g. pressing the J and T keys simultaneously produces a D. J plus C equals G. This reduces the number of keys on the keyboard, but it also increases the number of key combinations you have to learn and remember.

Learning to type on a Veyboard is far from easy. Even if you’re an experienced QWERTY typist, you’ll have to start from scratch. According to Ms. Van Gool, if you’re serious about learning to master the craft, you must practice for two hours every day during the 6 month course. But with hard work comes great reward. Someone who learns to type on a Veyboard can easily double their typing speed compared to the same person using a regular QWERTY keyboard. Some experienced Veyboard typists can produce 800 or even 1,000 characters per minute, which is more than fast enough to keep up with speakers at conferences, workshops or in parliaments.

The Veyboard, a Dutch invention, has a long history which goes back to the invention of the Tachotype by stenographer Marius den Outer in 1933. The mechanical Tachotype was further developed with the help of Nico Berkelmans, a Dutch linguist. In 1982 an electronic version was introduced under the name Velotype. In 2001, the stand-alone Velotype text processor was renamed again to Veyboard, and it can since be used as an alternate keyboard for PC’s. In 2010, the University of Applied Sciences in Utrecht officially adopted the teaching method Getting started with Veyboard for its courses in interpretation for the deaf.

Workshop Veyboard

Marianne van Gool is herself an interpreter for the deaf. Using her Veyboard, she can provide an instant translation of the spoken word intro written text on a computer screen in front of the deaf person, for example during a visit to the doctor or the courtroom. This provides a good alternative to the use of sign language. Millions of people worldwide suffer from some form of hearing impairment, and many of them don’t know sign language. For these people, Veyboard technology offers an effective and efficient instrument to enable them to fully participate in society.

Apart from higher typing speeds, the Veyboard has some more advantages over a regular QWERTY keyboard. The Veyboard has an ergonomic design and layout, resulting in a balanced movement of arms, wrists and fingers, with minimal stress on muscles, tendons and joints. RSI (repetitive strain injury) occurrence, not uncommon among QWERTY typists, is very rare among Veyboard users. In contrast to the QWERTY system, Veyboard ensures an equal energy distribution between left and right hands, and assigns the hardest tasks to the strongest fingers. The keyboard can also easily be placed on the lap.

During the workshop, participants used the VeyboardTrainer, a computer program written by Van Gool’s husband. The software is an integral part of the Getting started with Veyboard method and provides the necessary practice needed to learn to master the Veyboard, offering a wide range of exercises and resulting in a well-balanced and efficient program.

At the end of the workshop, all participants were very enthusiastic about this powerful keyboard, and some of them seriously consider learning the skill, despite the great effort needed. The Parliamentary Reporting Office of the States General at The Hague has started a pilot project to introduce the Veyboard for their reporting activities.

Perhaps we’ll see an increased number of Veyboard users at future Intersteno text production contests?

More pictures at http://picasaweb.google.com/gebotopia/WorkshopVeyboard.

www.veyboard.nl

zondag 12 augustus 2012

The Human Body Exhibition

Wie geïnteresseerd is in de menselijke biologie en anatomie en niet meteen flauw valt bij het zien van de binnenkant van een menselijk wezen, moet beslist The Human Body Exhibition gaan bekijken. Enkele weken geleden heb ik deze boeiende tentoonstelling bezocht in het casino van Oostende.

De tentoonstelling laat alle aspecten van het menselijk lichaam zien, en maakt daarbij gebruik van echte skeletten en plastinaten. Plastinatie is een conserveringstechniek die in 1977 werd uitgevonden door de Duitse anatoom Gunther von Hagens, die wereldberoemd werd met zijn Körperwelten-tentoonstellingen.

The Human Body Exhibition is geen von Hagens-tentoonstelling, maar maakt gebruik van dezelfde technieken. Ook afzonderlijke organen worden getoond, en de specimens worden aangevuld door opmerkelijke computergrafieken, foto’s en interessante video’s. Aan de hand van een audiogids krijg je alle nodige uitleg.

Een bijzonder interessante en boeiende tentoonstelling!

the_human_body

The Human Body Exhibition, nog tot 9 september 2012 in het casino van Oostende. Volgend jaar is de tentoonstelling van 7 februari tot 10 juni te zien in het Beursgebouw in Brussel.

www.thehumanbody.be

dinsdag 7 augustus 2012

Golden Sixties

Kuifje-maanraket als blikvanber voor de Expo Golden Sixties in het station van Liège-GuilleminsDe zomervakantie is traditioneel de periode van de daguitstapjes. Vorige zaterdag hebben we zo’n dagtripje gemaakt naar Luik, om er de tentoonstelling Golden Sixties te gaan bekijken in het station van Liège-Guillemins.

Het was voor ons alle drie een eerste bezoek aan deze Waalse provinciehoofdstad. Op onze reisjes naar Keulen en andere Duitse bestemmingen waren we vroeger al heel vaak langs dit spoorwegstation gepasseerd, maar we waren er nog nooit uitgestapt.

Enkele jaren geleden werd hier een gloednieuw station gebouwd naar de plannen van de Spaanse architect Santiago Calatrava, die nog een hele rits andere beroemde stationsgebouwen ontwierp (o.a. het nieuwe metrostation bij het WTC in New York). Het station op zich is al een bezoek waard, en nu hier deze retrotentoonstelling over de jaren zestig loopt, mochten we dit niet langer uitstellen…

Miche en ik zijn allebei geboren in de sixties. De tentoonstelling roept dan ook meteen heel veel herinneringen aan onze prilste kinderjaren op. Voor Annelies was het een wonderbaarlijke ontdekking van de voorlopers van onze hedendaagse moderne technologie en de liedjes uit de oude tijd, want er is niet alleen veel te zien, er is ook veel muziek uit de sixties te horen in deze expo. Het is een multimediale totaalbeleving met allerlei voorwerpen, foto’s filmpjes en audiofragmenten. Bij het binnenkomen krijg je een audiogids mee met uitleg in de taal van je keuze.

Een absolute aanrader voor ieder kind van de sixties en voor iedereen die benieuwd is naar de politiek, de cultuur, de muziek, de design en de film van de jaren zestig!

Na ons bezoek aan de tentoonstelling zijn we natuurlijk nog niet meteen terug naar huis gespoord. We hebben geprofiteerd van een van de zeldzame regenvrije zomerdagen om eerst nog de gezellige shoppingstraten van Luik te verkennen, een frisse sangria te drinken in een Spaanse bar en een lekker restaurantje op te zoeken, waar we op het terras heerlijk gesteengrild hebben. En nu we in Luik waren, wou Miche natuurlijk ook nog een echte Luikse wafel!

Expo Golden Sixties, nog tot 28 april 2013 in het treinstation van Liège-Guillemins.

www.expo-goldensixties.be

vrijdag 3 augustus 2012

MAS

masEnkele weken geleden vertrok Annelies op dolfijnenkamp naar Harderwijk. Het Dolphin Deluxe-kamp werd georganiseerd door Activak, een organisatie uit Antwerpen. De vertrekplaats was de parking bij het Pivo in Berchem, dus we moesten Annelies eerst daarheen brengen. En omdat we dan toch in Antwerpen waren, besloten we deze verplaatsing te combineren met een bezoek aan het MAS, afkorting voor het in 2011 geopende Museum aan de Stroom. Dit museum stond al eerder op ons programma, maar het was er met onze drukke agenda nog niet van gekomen.

In het MAS is een permanente tentoonstelling op de verdiepingen 4 t.e.m. 8 en een tijdelijke tentoonstelling op verdieping 3. We hebben geen idee of de tijdelijke tentoonstelling de moeite is, maar omdat we toch tijd genoeg hebben en omdat de prijs bijzonder goed meevalt, besluiten we een combiticket te kopen voor beide tentoonstellingen.

Los van de tentoonstellingen is het gebouw op zich ook al een bezoek meer dan waard. Het heeft een in het oog springende architectuur, met een spiraalvormige promenade met grote glazen wanden en roltrappen om je van de ene verdieping naar de andere te brengen. Helemaal boven kun je het panoramisch dakterras bezoeken, van waar je een mooi uitzicht hebt over de stad (of moet ik zeggen: ’t stad?) en de stroom. Het is vrij winderig daarboven, maar dat deert ons niet. We hebben al erger meegemaakt.

Na ons bezoek aan het dakterras besluiten we eerst de tijdelijke tentoonstelling te bezoeken: Meesterwerken in het MAS. De expositie loopt van 17 mei tot 30 december, en toont aan hoe Antwerpen in de zestiende en zeventiende eeuw een wereldcentrum van beeldcultuur was. Op de affiche prijkt Madonna van Koen Van den Broek, een modern werk gebaseerd op het 15e-eeuwse schilderij Maria met kind van Jean Fouquet, dat uiteraard ook in de tentoonstelling te zien is.

Maar vooral de permanente tentoonstelling kan ons erg bekoren. Alles is op een zeer aantrekkelijke manier opgesteld, in originele, afwisselende decors en met multimediale hulpmiddelen. Op heel wat plaatsen zijn videobeelden te zien en geluidsfragmenten te beluisteren, en door met je smartphone QR-codes te scannen kun je meer informatie krijgen.

Na een tijdje hebben we toch wel wat dorst gekregen, en besluiten een frisse cola te gaan drinken in het Storm Café op de benedenverdieping. Meteen een schril contrast met de cleane tentoonstellingsruimte, want hier is het nogal chaotisch. De tafeltjes staan dicht op elkaar, vertonen al heel wat sporen van slijtage en zijn niet netjes afgeveegd. Het is erg lawaaierig en nogal tochterig, want we horen meermaals een deur met een luide klap dichtvallen.

We zijn gebleven tot sluitingstijd. We hebben beide tentoonstellingen kunnen bezichtigen, maar er was helaas geen tijd meer over voor een bezoekje aan het Kijkdepot op verdieping 2. Dat zal voor een andere keer zijn. Het Kijkdepot, de promenade en het dakterras zijn gratis toegankelijk, dus we kunnen hier later beslist nog eens terugkomen.

We besluiten de auto in de parkeergarage te laten staan en gaan te voet naar de Keyserlei, waar we lekker gaan eten in de Boston Steak House. Terwijl we zitten te tafelen barst er buiten een flinke regenbui los. Op de wandeling terug naar de auto blijft het zo goed als droog, maar tijdens de rit naar Brugge krijgen we nog bakken regen te verduren...

Beslist een geslaagd dagje, en meteen het begin van een rustige week zonder onze dochter in huis...

www.mas.be

vrijdag 13 juli 2012

Vrijdag de dertiende – wie heeft last van paraskevidekatriafobie?

zwarte_katWaarom wijd ik hier eigenlijk een stukje aan? Vandaag, vrijdag 13 juli 2012, is immers een dag als een ander. Dat we vandaag toevallig de 13e van de maand zijn en dat het toevallig vrijdag is, is eigenlijk helemaal niets bijzonders. Het eerste gegeven (een 13e) doet zich namelijk iedere maand voor, het tweede gegeven (een vrijdag) maar liefst iedere week. Helemaal niet uitzonderlijk dus. De combinatie van beide is ook al niet erg zeldzaam. In 2012 komt dit maar liefst drie keer voor: er was een vrijdag de dertiende in januari, eentje in april en nu alweer in juli. Vrijdag de dertiende heeft voor mij dan ook geen enkele speciale betekenis. Net zo min als donderdag de twaalfde of zaterdag de veertiende. Gewone dagen, niets aan de hand. Waarom dan toch dit stukje? Omdat er blijkbaar heel wat mensen zijn die in de combinatie van 13 en vrijdag toch iets speciaals zien.

Heel wat mensen schijnen er blijkbaar nog altijd vanuit te gaan dat vrijdag de dertiende een ongeluksdag is, en dan voornamelijk als je die dag ook nog onder een ladder door loopt of een zwarte kat tegenkomt. Flauwekul allemaal, want als je vandaag onder een ladder loopt, neem je daarmee natuurlijk niet meer of niet minder risico dan pakweg eergisteren of vorige week, en ik zie echt niet in wat de kleur van de kat voor invloed kan hebben op het verloop van je dag.

Anderen beweren dan weer het tegenovergestelde, namelijk dat vrijdag de dertiende geluk zou brengen in plaats van ongeluk. Ook larie en apekool natuurlijk, en bovendien kunnen beide kampen onmogelijk allebei gelijk hebben. Toch speelt bijvoorbeeld de Lotto daar telkens gretig op in met een speciale supertrekking. Maar ik heb het al zo vaak gezegd en ik zal het blijven herhalen: vrijdag de dertiende is gewoon een dag als een ander, en daarmee uit. Geen enkele reden tot paniek. En al evenmin reden tot euforie, want de kans dat je de juiste cijfercombinatie op je lottoformuliertje hebt ingevuld, is bij iedere trekking natuurlijk exact even groot klein.

Wie zijn gezond verstand gebruikt, weet dat natuurlijk allemaal. Het probleem is dat heel wat mensen hun gezond verstand niet gebruiken, of er geen hebben. En dat is een beetje vreemd. Toch zeker in onze moderne westerse maatschappij, die voornamelijk gebaseerd is op wetenschap en technologie – producten van het rationeel denken –, en waar het bijgeloof steeds minder belangrijk zou moeten worden. Dat dat laatste niet helemaal met de realiteit blijkt overeen te stemmen is enigszins opmerkelijk, want hoewel steeds minder mensen vandaag de dag nog in een god geloven, geloven ze blijkbaar wel gretig in horoscopen en in vrijdag de dertiende...

Natuurlijk gebeuren er op een vrijdag de dertiende wel eens ongelukken. En dan zeggen mensen al gauw: zie je wel! Maar ongelukken gebeuren evengoed op andere dagen, en dan zeggen ze er niks van. Ik weet niet of er enig ernstig statistisch onderzoek naar verricht is, maar ik vermoed dat er op vrijdag de dertiende wellicht zelfs minder ongelukken gebeuren dan op andere dagen. Niet omdat vrijdag de dertiende iets speciaals zou zijn, maar omdat zoveel mensen dénken dat het iets speciaals is. Wie immers gelooft dat vrijdag de dertiende ongeluk brengt, zal vandaag misschien extra voorzichtig zijn. Als daardoor minder mensen onder een ladder door lopen, dan is de kans uiteraard kleiner dat iemand vandaag een ladder op zijn donder krijgt. En als er vandaag meer mensen een dagje vrij nemen en gewoon thuis blijven omdat ze bang zijn voor een ongeval op weg naar het werk, dan is de kans op verkeersongevallen effectief een stuk kleiner. In die zin kán vrijdag de dertiende dus wel degelijk de ongevallenstatistieken beïnvloeden. Maar dat heeft dan niets te maken met een speciale combinatie van een getal en een dag, maar uitsluitend met het gedrag van mensen die zich ergens door laten (mis)leiden.

Ik heb ook wat research gedaan naar de oorsprong van vrijdag de dertiende, want ik wou wel eens weten waaróm mensen dat zo’n enge dag vinden. Het bijgeloof zou geworteld zijn in het christendom. Jezus zou gekruisigd zijn op een vrijdag, en het aantal aanwezigen bij het laatste avondmaal was 13, namelijk Jezus en zijn twaalf apostelen. De verrader Judas zou de dertiende gast geweest zijn. Maar een andere verklaring gaat terug op een Noorse sage over Loki (jawel, die uit The Avengers, de broer van Thor), een kwaadaardige god die als dertiende ongenode gast een feest komt bederven en de Aarde in rouw dompelt. Doet me overigens een beetje denken aan het verhaal van Doornroosje of De schone slaapster.

De angst voor dertien schijnt voornamelijk voor te komen in de Angelsaksische landen. In Amerika bijvoorbeeld is het niet ongewoon dat hoge gebouwen geen dertiende verdieping hebben (na de twaalfde verdieping gaan ze gelijk door met de veertiende), in hotels is er geen kamer met het nummer 13 (daar wil blijkbaar niemand overnachten) en in vliegtuigen is er ook al geen rij met dat nummer. Zelfs FedCon, de Duitse Star Trek- en sciencefictionconventie waar ik jaarlijks naartoe trek, heeft na zijn twaalfde meteen zijn veertiende editie georganiseerd, en de editie van 2005 werd met een week vervroegd om toch maar niet op een vrijdag de dertiende te moeten openen, aangezien de vele Amerikaanse genodigden op zo’n dag beslist niet het vliegtuig willen nemen!

Blijkbaar zijn er nogal wat mensen met vrijdag-de-13e-vrees. Er is zelfs een geleerd woord voor: paraskevidekatriafobie. Wacht, ik herhaal het even langzaam: para-skevi-deka-tria-fobie (afgeleid van het Griekse παρασκευή = vrijdag, δέκα τρία = dertien en φόβος = vrees).

Je houdt het wellicht niet voor mogelijk, maar zelfs softwaregiganten hebben last van dekatriafobie. Jawel: de gekende kantoorsuite Microsoft Office 2007 heeft als versienummer 12, en de opvolger, Office 2010, is versie 14. Kan iemand me vertellen waar versie 13 naartoe is?

NB: bij lezers die mijn blog al heel lang volgen, zal dit stukje wellicht niet helemaal onbekend overkomen. Ik heb eerder een gelijkaardig stukje gepubliceerd op vrijdag 13 oktober 2006, maar dat was op mijn oude weblog en die is ondertussen al een poosje offline.

zaterdag 30 juni 2012

Typen 2012

Je kon hier eerder al lezen dat we dit jaar weer meegedaan hebben aan een aantal typewedstrijden. De uitgebreide verslagen van onze wedstrijdervaringen in Den Haag en Nijkerk en ons bezoek aan Rochefort voor de proclamatie van de wedstrijd Pro-Belgium heb ik nu neergeschreven in een 58 pagina’s tellend boekje. Ook de internetwedstrijden worden besproken (Intersteno, ABW, APSB, Pro-Belgium) en achteraan vind je de resultatenlijsten. Ideale vakantielectuur! Geïllustreerd met talrijke foto's.

Voor de niet-wedstrijdtypisten onder de lezers van deze blog (wellicht het merendeel…): de typewedstrijden waaraan we meedoen zijn vaak een gelegenheid om eens een weekendje weg te gaan en enkele interessante of leuke plekjes te bezoeken. Zo lees je in dit boekje ook over ons bezoek aan de Tweede Kamer in Den Haag, ons dagje uit in het Dolfinarium van Harderwijk en onze avonturen in de Grotten van Han…

issuu.com/gebo007/docs/typen2012

Edit 13 december 2012: de publicatie is inmiddels geüpdatet met twee extra hoofdstukjes (over de workshop Velotype van augustus en de 80e verjaardag van Nel Tjong A Tjoe in oktober). Het boekje telt nu 76 pagina’s.

Edit 9 juli 2013: Sommige lezers wilden toch ook graag een papieren exemplaar, om het een ereplaatsje in hun boekenkast te kunnen geven. Wil je ook een gedrukt exemplaar? Je kunt het vanaf nu online bestellen via Lulu.com (paperback, kleur).

donderdag 21 juni 2012

Snow White and the Huntsman

snow_white_and_the_huntsmanSnow White... dat is Sneeuwwitje, toch? Dat sprookje voor kleine kinderen, met dwergen, een heks en een giftige appel? En op het einde een prins op een wit paard? Niet deze versie! De toon van Snow White and the Huntsman is heel wat grimmiger dan die van de Disney-tekenfilm waar de meesten van ons wellicht vertrouwd mee zijn. Hier neem je niet je kleine spruiten mee naartoe!

Zelfs de Disney-film (uit 1937, Disney’s allereerste lange animatiefilm) is op sommige momenten best wel een beetje eng. De engste scènes – op die met de giftige appel na – zijn ongetwijfeld die waar Sneeuwwitje wegvlucht door het bos, met donkere boomstronken en griezelige, bewegende takken die zich als dreigende armen naar haar uitstrekken.

De makers van Snow White and the Huntsman hebben duidelijk heel goed gekeken naar Disney’s meesterwerk, want in deze nieuwe incarnatie vinden we er heel wat elementen uit terug. Maar dan heel wat dreigender, want dit is geen verhaaltje voor het slapengaan meer. Bij de Internet Movie Database staat de film gecatalogeerd onder de genres actie, avontuur en drama, maar volgens mij hebben ze het belangrijkste vergeten: fantasy! Ja, alle elementen van het fantasy-genre zijn onmiskenbaar aanwezig: verzonnen wezens, magie, bovennatuurlijke krachten, en een imaginaire wereld die erg middeleeuws aandoet.

Omdat de meeste bioscoopgangers vertrouwd zijn met het oorspronkelijke sprookje van de gebroeders Grimm en/of met de erop gebaseerde Disney-film, is het verhaal natuurlijk een beetje voorspelbaar. Maar de scenaristen weten ons hier en daar toch te verrassen. Zo is het geen oud vrouwtje met een wrat op haar neus die Snow White verleidt om in de giftige appel te bijten, en het is niet de prins die haar uiteindelijk wakker kust, maar wel... Nou ja, daarvoor moet je zelf maar gaan kijken. In tegenstelling tot de Disney-film spelen de dwergen in deze film ook een kleinere rol. De film heet immers niet meer Snow White and the Seven Dwarfs, maar Snow White and the Huntsman.

De hoofdrollen worden vertolkt door Kristen Stewart (Snow White) en Chris Hemsworth (the huntsman). Stewart is bij het grote publiek wellicht bekend van haar rol als Bella Swan in de The Twilight Saga, maar ik heb de Twilight-films niet gezien en ik ben dat ook niet van plan. Vampierenromances kunnen mij met de beste wil van de wereld echt niet bekoren. Kristen Stewart doet echter haar best om Snow White geloofwaardig neer te zetten, en ze doet me wat denken aan Michelle Ryan.

Chris Hemsworth kennen we natuurlijk als Thor, uit de gelijknamige film en uit The Avengers, en niet te vergeten als Kirks vader in Star Trek (2009).

Charlize Theron geeft op meesterlijke wijze gestalte aan de evil queen Ravenna – een toepasselijke naam, met al die zwarte raven. Theron, die heel wat prijzen (waaronder een Oscar) won voor haar rol in Monster (2003), zag ik een paar weken geleden nog in de Alien-(sort-of-)prequel Prometheus, waar ze ook al schitterde in de rol van slechterik. (Ik weet het, ik had over Prometheus – en over The Avengers! – ook een blogje moeten schrijven, maar ik had daar toen helaas de tijd niet voor.)

De dwergen zijn heel wat dreigender dan de lieve kleine mannetjes uit de Disney-versie. Hun eerste ontmoeting met Snow White is zelfs allesbehalve vriendelijk, en hun idyllische huisje krijgen we al helemaal niet te zien. Ze luisteren ook niet naar grappige koosnaampjes als Happy, Bashful, Sneezy of Doc, maar heten Beith, Muir, Coll of Gort. Er is in Hollywood overigens een kleine rel ontstaan omtrent de casting van de dwergen. Men heeft namelijk geen beroep gedaan op dwerg-acteurs, maar op ‘grote’ acteurs van normale gestalte, en die vervolgens in de postproductie digitaal verkleind. En daar was de vereniging van Little People of America niet blij mee.

De fotografie is vaak verbluffend, er zitten bijzonder mooie beelden in de film. Sommige scènes doen onvermijdelijk aan The Lord of the Rings denken; de scènes met de dieren in het bos lijken dan weer zo weggeplukt uit de Disney-animatiefilm, maar dan in ’t echt... Ook de score van James Newton Howard is erg genietbaar. Bij een goede filmsoundtrack mag de muziek niet te veel opvallen of de aandacht afleiden, maar ik let er altijd speciaal op.

Deze Snow White and the Huntsman is me erg goed bevallen. Enkele maanden geleden had ik de trailer al gezien en toen dacht ik meteen: dát wil ik zien. En inderdaad, dit is Sneeuwwitje zoals je haar nog nooit eerder gezien hebt. Van onschuldig sprookje naar beklijvend fantasy-avontuur.

Tot slot nog een klein stukje video uit mijn eigen archief: de ontmoeting van mijn dochtertje Annelies met de échte Sneeuwwitje in Disney World:

www.snowwhiteandthehuntsman.com

dinsdag 19 juni 2012

Volkssterrenwacht Armand Pien

Weerkaart van Armand Pien

Een poosje geleden brachten we met Volkssterrenwacht Beisbroek, als afsluiter van onze astronomische uitstap naar Rupelmonde en Sint-Niklaas, een bezoekje aan de collega’s van Volkssterrenwacht Armand Pien. Deze volkssterrenwacht is gelegen in het hartje van Gent, en is verbonden aan de universiteit aldaar. Midden in de stad is natuurlijk absoluut geen ideale locatie voor een observatorium – te veel lichtpollutie – en men focust zich daarom niet op astronomische waarnemingen, maar op educatie van het publiek en popularisering van de wetenschap. De sterrenwacht is genoemd naar ’s lands beroemdste weerman.

De sterrenwacht zit verscholen achter een gevel die momenteel in de steigers staat. Eenmaal het gebouw binnen, worden we naar een binnenplaats geleid waar we al meteen een unicum te zien krijgen: als ik het goed begrepen heb, is dit de grootste werkende barometer ter wereld. Het is inderdaad een indrukwekkend instrument. Voor de doorsneebezoeker lijkt het wellicht op een reusachtige kwikthermometer, maar het is een oliebarometer. De vloeistof is rood gekleurde olie, die onder invloed van de luchtdruk een bepaalde hoogte bereikt in de glazen buis. Een vacuümpomp bovenaan houdt het bovenste gedeelte van de buis luchtledig. Er is voor olie gekozen in plaats van water, om de barometer vorstbestendig te maken.

OliebarometerHet instrument is bevestigd aan de zijkant van een toren die als liftkoker dienst doet. Ernaast bevindt zich een metalen trap. Sportief als we zijn, beklimmen we die enthousiast om zo het ding wat van naderbij te kunnen bekijken. Bovenaan kunnen we zien dat de vloeistofkolom zo’n 12,1 meter hoogte bereikt, wat naar ik vermoed overeenkomt met een luchtdruk van ongeveer 1010 hPa. We moeten hier beslist eens terugkomen wanneer het donker is, want dan schijnt het erg mooi te zijn met de lichtjes. In de olie zit immers ook een fluorescerende stof, die mooi oplicht onder de UV-verlichting.

Maar we zijn natuurlijk niet al die trappen opgeklommen op alleen maar de bovenkant van de barometer te zien. Boven bevinden zich immers ook de lokalen van de sterrenwacht. We worden verwelkomd in een zaaltje waar we straks een 3D-film te zien zullen krijgen. Maar eerst verdelen we ons in drie groepjes. Ieder groepje wordt onder de hoede van een andere sterrenwachtmedewerker naar een verschillende bestemming geloodst.

Op weg naar het grasplein met de meteo-instrumenten, op het platte dak van het gebouw, komen we nog een slinger van Foucault tegen. De slinger is zo’n kwartier geleden in beweging gezet, en laat al duidelijk zien hoe ver de Aarde in die tijd om zijn as is gedraaid. De slinger blijft immers altijd netjes in hetzelfde vlak slingeren, maar aangezien de Aarde draait, lijkt het alsof dat vlak roteert.

Op het grasplein zien we een pluviometer, een puviograaf en een thermometerhut met thermometer, hygrometer en barometer. Hogerop staan een analoge en een digitale anemometer. Er staat ook een verrekijker opgesteld op een statief. De kijker is gericht op het Gentse stadhuis, waar we op een van de torentjes zowaar een zonnewijzer kunnen ontwaren. We hebben hier ook een vrij uitzicht over Gent. Achter ons zien we de Boekentoren staan, voor ons de beroemde Gentse torenrij met de Sint-Niklaaskerk, het belfort en de Sint-Baafskathedraal.

Telescoop uit 1880In het meteolokaal krijgen we nog wat bijkomende uitleg en op een computerscherm zien we ook alle weergegevens in real time verschijnen. Ergens aan een wand hangt nog een oude weerkaart van Europa, waarop de hoge en lage drukgebieden door Armand Pien himself getekend zijn. Allemaal nog analoog natuurlijk, met waskrijtjes.

De volgende halte is de volledig gerestaureerde grote koepel, met een indrukwekkende, glimmende, koperkleurige Steinheil-Cooketelescoop uit 1880, met Zeiss-optiek. Het is een 9-inch-lenzenkijker met equatoriale montering. Günther Boerjan geeft ons een bijzonder interessante uitleg over de geschiedenis en de verbazingwekkende mechaniek van het toestel. Het gaat om een instrument dat oorspronkelijk toebehoorde aan de 19e-eeuwse industrieel, amateurastronoom en fotografiepionier Désiré Van Monckhoven. De telescoop bezit een volgsysteem dat niet elektrisch aangedreven wordt, maar door een gewicht waarvan de snelheid geregeld wordt het een Watt-regulator. Interessant om te zien, very steampunky...

Daarna mogen we ook even gaan kijken in de kleine koepel, waar sinds kort een moderne spiegelkijker staat. Daarover valt natuurlijk veel minder te vertellen, met dergelijke kijkers zijn we meer vertrouwd.

Het bezoek wordt afgesloten met een drankje en een heuse 3D-videovoorstelling. Er wordt gebruikgemaakt van Z-Flux: unieke, innovatieve en ter plekke ontworpen planetariumsoftware waarmee computeranimaties in 3D geprojecteerd worden. We krijgen dus allemaal zo’n brilletje op. Geen goedkoop kartonnen rood-groen of rood-blauw brilletje, maar een polarisatiebril zoals je tegenwoordig ook in de bioscoop krijgt bij 3D-voorstellingen. Na een demonstratie van realtimecomputeranimatie – waarbij twee bofkonten uit het publiek eventjes een Space Shuttle orbiter respectievelijk een Klingon Bird-of-Prey mogen besturen – krijgen we de voorstelling 1000 meteoren en kometen te zien, een documentaire over planetoïden, kometen en ander kosmisch puin. De film begint met het Toengoeska-event uit 1908, waarbij waarschijnlijk een meteoriet in de atmosfeer boven Siberië ontploft is.

En daarmee kwam een einde aan deze bijzonder leerrijke dag. Sorry voor de ietwat bedenkelijke kwaliteit van de foto’s, maar die zijn gemaakt met mijn smartphone want ik had m’n spiegelreflex die dag niet bij.

www.rug-a-pien.be

woensdag 13 juni 2012

Mercator Digitaal

Mercator DigitaalToen ik mijn vrouw vertelde dat ik naar een Mercator-tentoonstelling zou gaan, dacht ze eerst dat het over een schip in Oostende ging, en mijn moeder verkeerde in de mening dat het iets met verzekeringen te maken had, maar neen, ik had het over de wereldvermaarde cartograaf Gerard Mercator uit Rupelmonde, die exact 500 jaar geleden het levenslicht zag. Ter gelegenheid van deze verjaardag werd 2012 uitgeroepen tot Mercatorjaar en worden er een heleboel Mercator-gerelateerde activiteiten georganiseerd.

Aan Mercator hebben we de overbekende mercatorprojectie te danken, een manier van kaarten tekenen waarbij zowel de lengte- als de breedtecirkels als evenwijdige rechten voorgesteld worden. Typisch voor de mercatorprojectie is de toenemende oppervlaktevertekening naar de polen toe, waardoor bijvoorbeeld Groenland veel groter lijkt dan het Arabisch schiereiland, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Mercators kaarten waren echter van groot belang voor de scheepvaart (en zijn dat nog steeds). De kortste weg tussen twee plaatsen – op de wereldbol een deel van een grootcirkel – wordt op een dergelijke kaart immers voorgesteld door een rechte lijn, en dat was op eerdere kaarten niet zo. De oppervlakten en afstanden mogen dan wel vertekend zijn, maar de hoeken zijn dat niet. Daardoor is het voor een schip eenvoudig een koers uit te zetten met behulp van een mercatorkaart.

Vorig weekend brachten we met een delegatie van Volkssterrenwacht Beisbroek een geleid bezoek aan de tentoonstelling Mercator Digitaal. Deze multimediale tentoonstelling, in het Mercatormuseum in Sint-Niklaas, kadert uiteraard in het Mercatorjaar. De pronkstukken van het museum zijn twee globes van Mercator: een aardglobe en een hemelglobe. Vóór we de globes met eigen ogen kunnen aanschouwen, krijgen we eerst een digitale versie van de aardglobe te zien, in de vorm van een computeranimatie. Op een groot scherm wordt ingezoomd op verschillende plaatsen op de globe, en daar krijgen we telkens een gedegen uitleg bij.

De aardglobe die Mercator in 1541 maakte, is natuurlijk niet zo waarheidsgetrouw als een hedendaagse wereldbol. Europa, Afrika en Midden-Amerika bevatten wel veel waarheidsgetrouwe details, maar Azië en de westkust van Amerika zijn al heel wat minder nauwkeurig, en op de plaats van Australië en Antarctica vinden we een totaal verzonnen, vormeloos continent. Een eind verderop staat Mercators hemelbol, waarop de sterrenbeelden staan aangegeven.

Via zeven kiosken wordt een digitale presentatie gebracht van verschillende aspecten van Mercators werk. Interessant zijn de interactieve aanraakschermen, waarop je kaarten uit verschillende perioden van de geschiedenis met elkaar kunt vergelijken. Een aantal oude atlassen worden in vitrines tentoongesteld. Daar mag je natuurlijk niet aankomen, maar een aantal boeken zijn gedigitaliseerd en via grote aanraakschermen te doorbladeren, waarbij je naar believen kunt inzoomen op details. Er is ook aandacht voor Mercators tijdgenoten, die op verschillende videoschermen door acteurs tot leven worden gebracht.

Mercator Digitaal is nog te bezichtigen tot en met 26 augustus 2012, en een bezoekje is beslist de moeite waard.

Fragment van de digitale versie van Mercators grote kaart van Vlaanderen

www.mercatordigitaal.be

maandag 11 juni 2012

Zonnewijzerdorp

De jonge MercatorZondagmorgen vertrokken we met een bus (half)vol enthousiaste amateurastronomen richting Rupelmonde voor de (zo goed als) jaarlijkse astronomische uitstap van Volkssterrenwacht Beisbroek. Behalve omwille van het feit dat dit plaatsje aan de samenvloeiing van de Rupel en de Schelde de geboorteplaats is van de beroemde cartograaf Gerard Mercator en dat zijn standbeeld er staat, is het dorpje ook bijzonder interessant omdat het zoveel zonnewijzers telt. Rupelmonde, deelgemeente van Kruibeke, wordt daarom ook wel zonnewijzerdorp genoemd. In 1994 werd er, naar aanleiding van de vierhonderdste verjaardag van Mercators overlijden, een zonnewijzerpad aangelegd. Dit jaar is het overigens vijfhonderd jaar geleden dat Mercator geboren werd, en dat is dan ook meteen de aanleiding om dit jaar op onze uitstap Rupelmonde aan te doen.

Onze voorzitter, Jan Vandenbruaene – auteur van de Astronomische gids voor België, waarin de zonnewijzers van Rupelmonde uitvoerig beschreven staan – is een kenner en geeft ons een zeer deskundige uitleg bij de talrijke zonnewijzers die we te zien krijgen. We hebben overigens erg veel geluk met het weer, want ondanks de voorspelde regen schijnt de zon volop, iets wat natuurlijk bijzonder handig is wanneer je naar de zonnewijzers komt kijken.

Uit de wandeling langs Rupelmondes zonnewijzers onthouden we vooral dat er erg veel verschillende soorten zonnewijzers zijn. We beginnen onze tocht op de markt (het Mercatorplein), bij het pas enkele maanden geleden ingehuldigde standbeeld van de jonge Mercator, dat bij nader toezien zelf een zonnewijzer blijkt te zijn. Aan de overkant van de straat staat het veel grotere standbeeld van de oude Mercator, vlakbij de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Op de zuidelijke gevel van de kerk zien we een eenvoudige zonnewijzer, maar Jan wijst ons ook op een chronogram ter hoogte van het fronton. Een chronogram is een spreuk waarin een jaartal verborgen zit. Er staat: ‘gLorIose VICIt DraConeM’, wat zoveel betekent als ‘roemrijk overwon hij de draak’, wellicht een verwijzing naar Sint-Joris. In de spreuk zitten een aantal letters die ook als Romeinse cijfers geïnterpreteerd kunnen worden. Ze staan extra groot. Als je al die Romeinse cijfers bij elkaar optelt, kom je uit op 1758, het jaar waarin de kerk werd gebouwd.

Op en rond het plein bevinden zich nog meer zonnewijzers. We gaan kijken naar de meervoudige zonnewijzer, dat is een zonnewijzer met meerdere vlakken en meerdere schaduwwerpers. En we leren meteen hoe je de tijd op een zonnewijzer moet aflezen, want die stemt natuurlijk niet zomaar overeen met wat je op je digitale uurwerk ziet.

Om te beginnen duiden zonnewijzers altijd de ware plaatselijke zonnetijd aan, en die is voor iedere lengtegraad verschillend. Om de tijd, die door de zonnewijzer wordt aangegeven, om te zetten naar de officiële tijd die alle klokken aangeven, moet je dus rekening houden met de lengtegraad van de plaats waar de zonnewijzer staat. Vervolgens moet je, afhankelijk van de maand van het jaar, een aantal minuten bijtellen of aftrekken. Dat komt doordat de zon niet het hele jaar door met dezelfde snelheid langs de hemelboog trekt, en dat heeft dan weer te maken met het feit dat de Aarde in een ellips om de zon draait, waardoor onze planeet nu eens sneller, dan weer trager langs zijn baan beweegt. Samen met de schuine stand van de aardas zorgt dat ervoor dat je soms wel tot tien minuten of meer moet bijtellen of aftrekken. Hoeveel precies, dat kun je bij sommige wijzers aflezen op een zogenaamde tijdvereffeningslus. En tenslotte moet je natuurlijk ook nog rekening houden met zomer- of wintertijd. Als je al die zaken weet, kun je dus aan de hand van een zonnewijzer uitvissen hoe laat het precies is, maar de meeste voorbijgangers hebben daar natuurlijk weinig benul van en kijken een beetje verwonderd op dat de zonnewijzer een andere tijd lijkt aan te geven dan wat ze op hun polshorloge zien.

Jan geeft deskundige uitleg bij de meervoudige zonnewijzer op de markt van Rupelmonde

We komen ook heel wat zonnewijzers tegen aan gevels van huizen. De meeste huizen staan natuurlijk niet netjes noord-zuid- of oost-west geöriënteerd, en dat levert zonnewijzers met een afwijking op, d.w.z. de uurverdeling in voor- en namiddag is niet netjes symmetrisch. Bovendien zijn een aantal van die zonnewijzers niet de hele dag door bruikbaar, omdat ze slechts een deel van de dag door de zon worden beschenen.

Langs de Scheldeoever ontdekken we een equatoriale zonnewijzer, gemaakt van een oude molensteen. Bij een equatoriale zonnewijzer is het vlak met de uurlijnen niet horizontaal of verticaal, maar staat het onder een hoek die overeenkomt met de breedtegraad, zodat het evenwijdig staat met het vlak van de evenaar. Tijdens de herfst en de winter wordt zo’n zonnewijzer niet langs boven, maar langs onder beschenen. Equatoriale zonnewijzers zijn daarom vaak uitgevoerd als een (gedeeltelijke) ring, maar bij een molensteen gaat dat natuurlijk niet. De molensteen-zonnewijzer is daarom enkel bruikbaar tijdens de lente en de zomer, maar wel de hele dag door, van zonsopkomst tot zonsondergang.

Na deze boeiende en leerrijke wandeling langsheen de Rupelmondse zonnewijzers gaan we de inwendige mens versterken op het terras van brasserie-restaurant Scaldiana, met uitzicht op de Schelde. Ondertussen zien we de eerste wolken voorzichtjes voorbij de zon komen schuiven.

Zou het straks misschien toch nog gaan regenen?

www.vvs.be/astronomische-gids-van-belgie

vrijdag 1 juni 2012

FedCon 2012

Mijn FedCon-conreport is af! Je kunt het 29-pagina’s tellende en van foto’s voorziene pdf-document lezen en/of downloaden op issuu. Ook een selectie van mijn foto’s staat online. Veel lees- en kijkplezier!

issuu.com/gebo007/docs/fedcon2012
picasaweb.google.com/gebotopia/FedConXXI
www.fedcon.de

dinsdag 22 mei 2012

Save Our Skipper

Free our captainIk had ze natuurlijk al wel eens bezig gezien in Whale Wars op tv: de jongens van de Sea Shepherd Conservation Society, een organisatie die actie voert tegen walvisjacht, jacht op zeehonden en illegale jacht op andere zeedieren. Sea Shepherd gebruikt daarbij vrij agressieve methoden en ze doen alles wat ze kunnen om het de walvisjagers zo lastig mogelijk te maken. Hun acties zijn te zien op zenders als Discovery Channel en Animal Planet.

Vorig jaar heb ik de organisatie wat beter leren kennen, toen kapitein Paul Watson, de bezieler en stichter van Sea Shepherd, in Duitsland (en ook in België en Nederland) op bezoek was om zijn zaak te promoten. Hij vond toen veel steun en sympathie op FedCon, de grootste sciencefictionconventie van Europa. Sci-fi-fans zijn over het algemeen erg milieubewuste en dierenvriendelijke mensen, die graag bereid zijn hun steun te verlenen aan een nobel doel zoals de bescherming van onze oceanen.

Watson was op FedCon samen met Richard Dean Anderson, een Amerikaans acteur die bij de sci-fi-fans vooral bekend is omwille van zijn rol als Jack O’Neill in de succesvolle serie Stargate SG-1. In de jaren tachtig was Anderson ook erg populair als MacGyver in de gelijknamige serie. Sea Shepherd kan rekenen op de steun van een aantal bekende acteurs en actrices. Behalve Richard Dean Anderson helpen o.a. ook Pierce Brosnan, Christian Bale en Brigitte Bardot om de organisatie bij het grote publiek te promoten.

Net als vorig jaar kwam Watson ook dit jaar naar Duitsland, maar toen hij voet aan grond zette, werd hij op de luchthaven van Frankfurt gearresteerd op grond van een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Costa Rica, voor het in gevaar brengen van de bemanning van een Costa Ricaanse vissersboot in 2002. Watson was toen met zijn ploeg een documentaire aan het maken over illegale shark-finning-praktijken in Costa Ricaanse wateren. Shark-finning is een wrede praktijk waarbij haaien gevangen worden en levend ontdaan van hun vinnen, waarna de hulpeloze dieren terug in het water worden gegooid. Ze zijn dan ten dode opgeschreven aangezien ze zich niet meer normaal kunnen voortbewegen en stikken of ten prooi vallen aan andere roofdieren. Vaak gaat het overigens om beschermde en bedreigde haaiensoorten. De haaienvinnen dienen voornamelijk om er soep van te maken.

Interpol heeft een hele tijd geleden al laten weten dat ze Watson niets in de weg zullen leggen op basis van het aanhoudingsbevel van Costa Rica, omdat het hier duidelijk kom een politiek gemotiveerd uitleveringsverzoek gaat. Vreemd dat Duitsland de beslissing van Interpol naast zich neer legt. Uiteindelijk moeten de Duitse ministers van justitie en van buitenlandse zaken beslissen over de uitlevering. Sea Shepherd probeert er – met de steun van duizenden aanhangers – alles aan te doen om ervoor te zorgen dat die uitlevering niet doorgaat en argumenteert daarbij ook dat uitlevering aan Costa Rica in feite gelijk zou staan met de doodstraf, want eenmaal in Costa Rica is de kans erg groot dat Watson in de gevangenis of daarbuiten ten prooi zou vallen aan de Costa Ricaanse georganiseerde misdaad, voor wie de illegale shark-finning-activiteiten een grote bron van inkomsten zijn.

Na hevig protest is Watson gisteren, na een week in de gevangenis, op borg vrijgelaten, iets wat erg ongebruikelijk is tijdens een uitleveringsprocedure, maar hij moet voorlopig wel in het land blijven. Er bestaat wel hoop dat Duitsland uiteindelijk onder druk zal afzien van uitlevering aan Costa Rica. Morgen, op 23 mei, is alvast een grote protestactie gepland in Berlijn en andere Duitse steden, en bij Duitse ambassades wereldwijd. Dan komt de Costa Ricaanse president, Laura Chinchilla, in Duitsland op staatsbezoek bij bondskanselier Angela Merkel. Sea Shepherd heeft 23 mei dan ook uitgeroepen tot S.O.S. Day, waarbij S.O.S. staat voor ‘Save Our Skipper’.

Hieronder de video van de persconferentie die Paul Watson maandag gaf bij zijn vrijlating.

animal.discovery.com/tv/whale-wars
www.seashepherd.de
www.seashepherd.org
www.yourdiscovery.com/nl/web/whale-wars

woensdag 16 mei 2012

Drupa 2012

Drupa 2012Vandaag alweer de laatste dag van Drupa, de grootste vakbeurs ter wereld voor de grafische industrie. Eens in de vier jaar vindt Drupa plaats op de gigantische Messegelände in Düsseldorf. De beurs richt zich op vaklui uit drukkerijen, prepressbedrijven, boekbinderijen en aanverwante bedrijven.

Net als in 2008 bood ons bedrijf zijn werknemers de kans om de beurs te bezoeken. Voor dag en dauw vertrokken we vanuit Brugge met de Febelgra-bus richting Duitsland. Onderweg reden we nog een paar keer van de snelweg af om nog enkele mensen op te pikken. Tijdens de stop aan de Antwerpse Crowne Plaza kregen we ons ontbijtpakket.

Tegen openingstijd waren we ter bestemming. De beurs spreidt zich uit over zo’n anderhalf dozijn hallen, de een nog groter dan de andere, vol met hoogtechnologische nieuwigheden op het gebied van printen, drukken, afwerken en alles wat daar nog meer bij komt kijken. Op de bus waren we al een beetje klaargestoomd. We hadden allemaal een plannetje gekregen, met een overzicht van wat er zo allemaal te zien was en waar we daarvoor moesten zijn.

We wisten nog van vorige keer dat het zo goed als onmogelijk zou zijn om alles op één dag te zien. In plaats van aan sneltempo toch alle hallen te willen bezoeken, besloten we het rustiger aan te doen en te selecteren. Maar we hebben behoorlijk wat kilometers afgelegd. Zo’n volle dag op een drukke beurs doorbrengen is een vermoeiende bezigheid.

De grote bedrijven doen er alles aan om hun producten zo aantrekkelijk mogelijk voor te stellen. Er zijn fantastische, nieuwe machines te zien, er worden demonstraties en presentaties gegeven, en hier en daar wordt er zelfs een showtje opgevoerd. Xerox had kosten nog moeite gespaard en zowaar enkele artiesten van Cirque du Soleil ingehuurd. Hun stand maakte ook gebruik van verwerking in de cloud. Aan het ene eind van de hal kon je je laten fotograferen in een Cirque du Soleil-decor, de foto werd geüpload naar en verwerkt door een server die niet in Düsseldorf, zelfs niet in Duitsland, maar ergens in de States stond, en aan de andere kant van de hal kon je aan de hand van die foto gepersonaliseerde postkaarten laten afdrukken. Dat hebben we dus meteen maar eens uitgeprobeerd. Leuk souvenirtje.


We hebben met verbazing staan kijken naar de vele inkjet-drukmachines, die tegenwoordig meer en meer de traditionele druktechnieken lijken te vervangen, enorme plotters, machines die verpakkingsmaterialen bedrukken, vormen uitsnijden uit karton, naar speciale drukprocedés, enorme kopieermachines, drukpersen, bindstraten, gigantische rollen papier, robotarmen die zware stapels papier manipuleren, allerlei papiersoorten, inkten, software, toebehoren, klasseersystemen, etcetera, etcetera. Een schril contrast met al dat technologisch vernuft vormde de man van het Gutenbergmuseum in Mainz, die in authentieke klederdracht en met een antieke drukpers pagina’s uit de beroemde Gutenbergbijbel vervaardigde, en even verderop, in een andere hal, een man met een Linotype.

De Linotype is een stukje vergane glorie, waarmee aan het einde van de 19e eeuw al loden regels tekst werden gezet. De machine was in gebruik tot de jaren 1970, toen offsetdruk en computers hun intrede deden. Enkele Linotype-enthousiastelingen hebben er onlangs een documentaire over gemaakt, die ik binnenkort hoop te kunnen zien. De film is nog niet zo lang uit, is al op verscheidene evenementen over de hele wereld vertoond, en komt deze zomer ook op dvd.

Om 16.00 uur waren we allemaal uitgenodigd op de stand van Print Power, een overkoepelend initiatief dat de grafische industrie wil promoten.

Als je in de grafische sector werkzaam bent, is een bezoek aan Drupa beslist de moeite waard. Volgende afspraak in 2016.


www.drupa.de
www.linotypefilm.com
www.printpower.eu

vrijdag 11 mei 2012

Het nieuwe wedstrijdseizoen

Het nieuwe wedstrijdseizoen is begonnen. Voor alle duidelijkheid: ik heb het niet over voetbal of wielrennen, maar over vingersport, typewedstrijden dus (ook wel klaviervaardigheid, tekstproductie of computertypen genoemd).

Een WK is er dit jaar niet, want het wereldkampioenschap sneltypen wordt maar om de twee jaar georganiseerd. Vorig jaar was er een WK in Parijs. Voor het volgende WK moeten we dus nog een jaartje wachten. In 2013 zullen we dan een thuiswedstrijd kunnen spelen, want dan vindt het WK plaats in België, meer bepaald in Gent.

Toch kunnen we ons dit jaar op een aantal wedstrijden uitleven. Als voorbereiding op het WK van 2013 werd onlangs de wedstrijd PRO-Belgium georganiseerd, waarbij de Belgische professionals zich onderling konden meten. Het ging om een internetwedstrijd, d.w.z. de deelnemers hoefden zich er niet voor te verplaatsen, maar konden aan de wedstrijd deelnemen via het internet, door middel van een Java-applet. De normen waren in principe wel even streng als bij een WK: 30 minuten aan een stuk typen, met een minimale snelheid van 360 aanslagen per minuut en maximaal 0,25% fouten. De deelnemers worden ingedeeld in leeftijdscatecorieën. Voor jongere deelnemers ligt het snelheidscriterium iets lager.

We doen verder ook nog mee aan de internetwedstrijden van de Academie voor Bureauwetenschappen (ABW) en van Intersteno. Die wedstrijden hanteren minder strenge normen en duren slechts 10 minuten.

De ABW-wedstrijd is eigenlijk vooral op scholieren gericht. De internetwedstrijd van Intersteno – die dit jaar overigens aan zijn tiende editie toe is – richt zich op een internationaal publiek en bestaat eigenlijk uit twee wedstrijden: een wedstrijd in de moedertaal en een meertalenwedstrijd. Bij die laatste kan iedere deelnemer zelf kiezen in welke talen hij of zij wil meedoen. In hoe meer talen je slaagt, hoe meer punten je verzamelt en hoe hoger je op de ranglijst klimt. Er zijn 16 beschikbare talen. Vorig jaar heb ik in 12 talen getypt (en alle 12 geslaagd). Dit jaar moet ik mij wegens een veel te drukke agenda wat beperken, maar ik zal in ieder geval in een aantal verschillende talen typen. Sommige talen zitten vol lastige accentletters, en dat valt echt niet mee. Je moet al heel wat oefenen alvorens je in die vreemde talen enige kans van slagen hebt. Ook Russisch zit erbij, maar dat zie ik niet meteen zitten. Wie wil, kan het altijd eens proberen, want ook deze wedstrijd staat open voor iedereen.

Maar behalve aan de internetwedstrijden hebben we dit jaar ook deelgenomen aan het Nederlands kampioenschap computertypen in Nijkerk (een 10-minuten-wedstrijd, vooral gericht op scholieren) en aan de Nederlandse wedstrijd tekstproductie in Den Haag (een 30-minuten-wedstrijd voor ervaren typisten, volgens de strenge WK-normen). Die wedstrijden vonden plaats in april, en de verslagen van beide wedstrijden zijn inmiddels al op deze blog verschenen. Vandaag stond er – enigszins tot mijn verbazing, want ik wist van niks – een stukje over in de krant:

Assebroeks gezin Bonte typt de titels bij elkaar – Uit de Krant van West-Vlaanderen, 11 mei 2012

(Uit De Krant van West-Vlaanderen, 11 mei 2012)

Gebotopia: Nederlandse wedstrijd tekstproductie in Den Haag
Gebotopia: Nederlands kampioenschap computertypen in Nijkerk

www.abw.be
www.intersteno.org
www.intersteno2013.org

woensdag 9 mei 2012

Antwerp Convention

Antwerp ConventionIk weet nu al dat ik wegens andere verplichtingen dit jaar niet naar FACTS zal kunnen (het jaarlijkse fantasy-, anime-, comics-, toys- en sci-fi-gebeuren in Gent), maar er was een goed alternatief: afgelopen zondag vond in Antwerpen een min of meer gelijkaardige beurs plaats: de tweede editie van Antwerp Convention, in Antwerp Expo.

Antwerp Convention is kleinschaliger dan FACTS, maar voor de rest is het erg vergelijkbaar. Hal 4 van Antwerp Expo was weliswaar niet volledig, maar toch grotendeels, gevuld met stands van dealers die allerlei verleidelijke merchandising en heel veel comic books verkopen voor de liefhebbers van sci-fi, fantasy en horror (en al wat daar enigszins op lijkt). Er was een cosplaywedstrijd, een bescheiden game zone, en er waren ook enkele acteurs en artiesten, die wat kwamen vertellen op het podium, aan wie je vragen kon stellen en bij wie je terecht kon voor een handtekening.

Zo heb ik het panel bijgewoond van de Nederlandse acteur Carel Struycken, die ik vorig jaar ook heel even (alleen tijdens de slotceremonie, eigenlijk) op FedCon had gezien. Struycken is bij de fans vooral bekend als Mr. Homn in Star Trek: The Next Generation en Lurch in The Addams Family. Ik ben ook gaan luisteren naar Bond-actrice Caroline Munro (helicopterpilote Naomi in The Spy Who Loved Me) en naar Sarah Douglas (Ursa in Superman II en een hele schare rolletjes in genre-tv-reeksen en miniseries). En tenslotte heb ik ook nog Brian Muir aan het woord gehoord, aan artiest die vooral bekendheid geniet omdat hij het masker van Darth Vader en de stormtrooper-uniformen uit Star Wars heeft vormgegeven. Hij heeft ook nog gewerkt aan o.a. Alien, Raiders of the Lost Ark, de Harry Potter-reeks en een heleboel andere films. Best interessant om eens te horen.

Van de cosplay heb ik weinig gezien, maar ik heb wel onthouden dat op Antwerp Convention dit jaar het eerste Belgische cosplaykampioenschap werd gehouden. Iets wat naar mijn bescheiden mening toch meer op FACTS thuishoort, want daar komt gewoon véél meer volk (en cosplayers) op af. Hoewel, dit was nog maar de tweede editie van Antwerp Convention, en het evenement zal de komende jaren zeker nog groeien.

Wat ik op FACTS nog niet gezien heb, maar wel op Antwerp Convention, is Dutch Robot Games, een Nederlandse vereniging van robotbouwers. Een beetje een misleidende naam, want het gaat eigenlijk niet om autonome robots. Wat ze bouwen zijn kleine, telegeleide robotachtige voertuigjes die vervolgens elkaar in een arena moeten bestrijden. De kunst is een machine te bouwen die in staat is zijn tegenstander uit te schakelen en daarbij zelf min of meer ongedeerd te blijven.

Je kon ook nog meedoen aan een lasershoot, maar daar heb ik me niet aan gewaagd...

antwerpconvention.be
facts.be
www.brianmuirvadersculptor.com
www.dutchrobotgames.nl

donderdag 19 april 2012

Dolfinarium Harderwijk

Dolfijnenstaart in de Odiezee

Als afsluiter van ons bijzonder geslaagd weekendje Nederland trekken we op zondag 15 april naar het Dolfinarium in Harderwijk. Voor Annelies is dit het hoogtepunt van het jaar, want dolfijnen zijn haar grote passie. We wonen niet zo ver van het Brugse Boudewijn Seapark, en daar heeft ze natuurlijk een jaarkaart – wij ook trouwens. In Harderwijk komen we minder vaak, maar als we in de buurt zijn, mag een bezoek in geen geval ontbreken. Ons vorige bezoekje is ondertussen alweer twee jaar geleden. Tempus fugit.

Rond openingstijd rijden we het parkeerterrein op, en even later zijn we binnen. Het blijkt behoorlijk druk vandaag. Er zijn heel wat shows met de dieren, en als je rond openingstijd in het park bent, kun je ze allemaal mooi bekijken. Net als vorige keer beginnen we bij de stellerzeeleeuwen van de Stoere Stellerstek. Hier zitten enkele flink uit de kluiten gewassen exemplaren. Het zwaarste dier weegt bijna duizend kilo. Wanneer hij zich met een enorme plons van een rots in het water laat vallen, spat het water alle kanten op. Wij hebben het op tijd zien aankomen en slagen erin om droog te blijven.

Daarna begeven we ons naar het Zeehondenzand voor de demonstratie met de gewone zeehonden. We vinden het bijzonder grappig hoe ze een beetje onbeholpen op hun buiken over het zand komen aanhobbelen. In het water bewegen ze zich een stuk sneller en eleganter voort. De visjes die de trainer als beloning naar de dieren gooit, trekken de aandacht van enkele meeuwen, die hopen dat er voor hen ook iets over blijft. Na afloop wenst de trainer ons nog een hele fijne dag in het Dolfinarium (wat in het Poldernederlands klikt als een heile faaine dag, iets wat we vandaag nog talloze keren zullen horen).

Na de zeehonden is het tijd voor de zeeleeuwen. In het Zotte Zeeleeuwentheater laten de Californische zeeleeuwen hun kunstjes zien in een showtje waarin een stelletje achterlijke piraten tevergeefs een bank proberen te beroven. Erg leuk, zowel voor jong als voor oud.

Van het zeeleeuwentheater trekken we naar het Roggenrif, dat gedeeltelijk achter houten schuttingen verborgen zit. Hier wordt verbouwd, en op 1 mei opent naast het rif het nieuwe Noordzeegebied, met aandacht voor de fauna van de Noordzee. Zowel voor als tijdens de voorstelling komen de roggen en haaien heel dicht bij de rand zwemmen, en je kunt (en mag) ze zo aaien.

De Droomwens

Annelies heeft al een paar keer gevraagd of het al tijd is voor de dolfijnenshow, en haar (on)geduld wordt eindelijk beloond. Na de interessante uiteenzetting bij het Roggenrif wandelen we richting DolfijndoMijn, het grote, blauwe, centraal gelegen koepelgebouw waar sinds 2010 de prachtige show De Droomwens opgevoerd wordt. Dit is meer dan een dolfijnenshow waar de dieren alleen maar wat kunstjes opvoeren: het is een heel verhaal met verschillende personages, waar de dolfijnen een essentieel onderdeel van uitmaken. Een meisje, Kris, krijgt bezoek van een fee die haar droom laat uitkomen: een bezoek aan Dolfijneneiland... Annelies gaat er helemaal in op, en wou ongetwijfeld dat zíj Kris was. De show is erg knap gemaakt, en we besluiten later op de dag terug te komen voor de tweede voorstelling.

Verder bezoeken we ook nog de DolfijnenDelta, waar momenteel zo’n 18 dolfijnen verblijven, een sociale groep van zowel jonge als oudere dolfijnen, zowel mannetjes als vrouwtjes. Terwijl we staan te wachten, komen enkele van hen heel dicht bij ons langs zwemmen, en we kunnen ze heel goed observeren. Ze doen precies wat de trainers van hen vragen en voeren aan het eind van de voorstelling enkele prachtige sprongen uit.

In tegenstelling tot de voorbije dagen is het vandaag behoorlijk frisjes en winderig, en we hebben geen zin om in het openluchttheater van de walrussenshow de kou te trotseren, dus we besluiten naar het Spetter Theater te trekken voor de Spetter-voorstelling. Toen we bij de DolfijnenDelta stonden, hadden we al de hele tijd naar het gefluit van de grote, dikke Pacifische walrus moeten luisteren. Spetter en het magische avontuur is een nieuwe blacklightshow, te zien sedert 1 april. Ik moet toegeven dat ik tijdens de voorstelling eventjes mijn ogen heb laten dichtvallen, want het showtje, dat voornamelijk op een jeugdiger publiek gericht is, kon me toch niet echt boeien. Al is het wel duidelijk waar de makers hun inspiratie vandaan gehaald hebben: de show opent op exact dezelfde manier als Animagique, de (veel leukere) blacklightshow in het Walt Disney Studios Park in Parijs.

Na afloop trekken we naar het Onder Odiezee Café, waar we eventjes opwarmen terwijl we door de enorme glaswand de dolfijnen en walrussen onder water kunnen observeren. Annelies wil natuurlijk dat we enkele foto’s van haar maken met de dieren, maar het is hier vrij donker, we mogen niet flitsen (om de dieren niet af te schrikken) en het tegenlicht vanuit de Odiezee maakt het niet makkelijk om goede foto’s te maken. En dan moeten de dolfijnen ook nog op het juiste moment, in de juiste richting en op de juiste hoogte langs het raam voorbij willen zwemmen... We maken dus heel wat foto’s in de hoop dat er wel enkele goeie tussen zullen zitten.

Tegen vier uur zijn we terug in het DolfijnDomijn voor de tweede voorstelling van De Droomwens, en we genieten er minstens evenveel van als de eerste keer. Na de show wil Annelies dat we nog enkele foto’s maken van haar met het DolfijnDomijn op de achtergrond. Ze zal er een uitkiezen als profielfoto voor op Facebook.

Annelies springt een gat in de lucht bij het DolfijnDomijn

In het winkeltje bij de uitgang kopen we nog enkele souvenirtjes, inclusief de dvd van De Droomwens (met extra’s). Annelies had ook gehoopt op nog een paar moooie dolfijnenposters voor op haar kamer, maar die hebben ze hier jammer genoeg blijkbaar niet. En dan is het helaas alweer sluitingstijd. We moeten Annelies toch wat onder druk zetten, want ze wil hier zo lang mogelijk blijven. De parking is al grotendeels leeg wanneer we het park verlaten.

We hebben ondertussen wel behoorlijk veel honger gekregen, want na het uitgebreide ontbijtbuffet van vanochtend hebben we in de loop van de dag nauwelijks iets gegeten. Na een verkennend wandelingetje langs de vele restaurantjes in de buurt, laten we onze keuze uiteindelijk vallen op ’t Rokerijtje, waar de heerlijke vissoep en de gebakken zalm in garnaalsaus bijzonder lekker smaken.

Even later vatten we de terugrit aan. Onderweg stoppen we nog even om te tanken, en de rit verloopt bijzonder vlot. Tenminste, tot we de grens met België oversteken, want vanaf dan zitten er merkbaar meer hobbels en putten in de weg. Ondertussen maakt Annelies al volop plannen om volgend jaar terug te komen...

dinsdag 17 april 2012

Nederlands kampioenschap computertypen

Na de wedstrijd tekstproductie in de Tweede Kamer in Den Haag op vrijdag 13 april (zie vorig blogbericht) was het op zaterdag 14 april de beurt aan het Nederlands kampioenschap computertypen in het Corlaer College in Nijkerk. Vorig jaar hadden we wegens andere verplichtingen niet kunnen meedoen, maar dit jaar waren we maar al te graag van de partij met een ruime Belgische delegatie.

Gouden medaille NK 2012 (met op de achtergrond Winnie de Poeh, die Miche als mascotte gebruikt)In tegenstelling tot de wedstrijd van vrijdag, waar de strenge WK-normen golden, is dit NK veel minder streng. Het Nederlands kampioenschap richt zich dan ook voornamelijk op scholieren, wat betekent: slechts 10 minuten typen, geen hoge snelheid vereist en veel toleranter qua toegelaten foutenpercentage. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je fouten à volonté mag maken, want per fout gaan er – net als vrijdag – weer 100 aanslagen af, en de rangschikking gebeurt op basis van de netto-resultaten.

Omdat scholieren die voor de eerste keer deelnemen soms wel eens last hebben van de zenuwen, en omdat een wedstrijd altijd een momentopname is waarbij je soms wel een keer gewoon pech kunt hebben, krijgen we bij deze wedstrijd twee kansen. Er wordt dus twee keer tien minuten getypt (twee verschillende teksten), en het beste resultaat telt mee voor de rangschikking. Als dat niet mooi is.

Terwijl de resultaten verwerkt worden, mogen de liefhebbers daarna nog een keer 10 minuten in het Engels typen.

Doordat er met de QMTT-software getypt wordt, verschijnt het resultaat na afloop meteen op het scherm. Het programma toont hoeveel aanslagen je gemaakt hebt, wat je bruto typesnelheid is (in aanslagen per minuut), het aantal fouten, het foutenpercentage, en het netto-resultaat (d.w.z. na aftrek van 100 aanslagen per fout). Er gaat dus geen tijd verloren met het nakijken van de teksten.

Even later kon de proclamatie dus plaatsvinden, mooi op tijd. Er waren drie leeftijdscategorieën: tot 13 jaar, 13-18 jaar en 18 jaar en ouder. Per categorie werd een bronzen, zilveren en gouden medaille uitgereikt, en er waren ook nog drie schoolbekers voor de beste scholen.

De buitenlanders (in de praktijk allemaal Belgen) waren ondergebracht op een aparte resultatenlijst, en net als vrijdag in Den Haag was de gouden medaille weer voor mij en de zilveren voor Danny. Het brons ging deze keer naar Katja Germonpré, die hartstikke blij was dat ze vandaag beter had gepresteerd dan haar broer Yannick, die gisteren in Den Haag al brons won.

Behalve met mijn eerste plaats was ik ook vooral blij dat ik een nieuw persoonlijk record heb gevestigd. Voor het eerst heb ik een diploma behaald waarop een typesnelheid van 534 aanslagen per minuut vermeld staat, met een netto-resultaat van meer dan 5000 punten op 10 minuten. Dat is me nog nooit eerder overkomen. Of het me volgende keer weer lukt, kan ik niet beloven, want er is natuurlijk altijd ook een beetje geluk mee gemoeid. En ik was eigenlijk stiekem wel een beetje blij dat de buitenlanders vandaag een aparte categorie vormden, want twee Nederlandse dames deden het nog beter dan de Belgen: Bianca Graafstra en Andrea Schipper haalden snelheden van respectievelijk 612 en 585 aanslagen per minuut! Probeer dat maar eens na te doen...

Maar ook de andere deelnemers hebben het natuurlijk uitstekend gedaan. Alle Belgen hebben prima gepresteerd, met inbegrip van onze dochter Annelies (de jongste Belgische deelneemster), die op deze wedstrijd haar eerste buitenlandse typediploma in de wacht wist te slepen.

Organisator Bernhard Boot zorgde er ondanks een opkomend griepje voor dat alles vlekkeloos verliep. Hartelijk dank, Bernhard, voor de vlotte organisatie en voor de extra zorgen die je aan de Belgen hebt besteed. Als we het kunnen inpassen in onze drukke agenda, komen we volgend jaar beslist terug!

Bezoek aan de Tweede Kamer

Op vrijdag 13 april 2012 – geen paniek, wat mij betreft een datum als een ander – hadden we het genoegen en het voorrecht een rondleiding te mogen meemaken in de gebouwen van de Nederlandse Tweede Kamer der Staten-Generaal, in Den Haag. We waren hier tijdens eerdere bezoeken aan deze bruisende stad al vaak langs gelopen, maar nog nooit naar binnen geweest. Tegenwoordig kom je er trouwens ook niet zomaar in, want de beveiliging is best streng. Bezoekers worden alleen binnengelaten als ze op voorhand geregistreerd zijn en een uitnodiging hebben.

En die hadden we, als deelnemers aan de wedstrijden correspondentie & notuleren en tekstproductie, ingericht door Interinfo (de Nederlandse afdeling van Intersteno) in samenwerking met de Tweede Kamer. Daarover straks meer.

De rondleiding was erg interessant. Na de introductie begonnen we in de Handelingenkamer, een bibliotheek met een grote verzameling van voornamelijk dikke, oude, ingebonden boeken. Het gebouwtje van drie verdiepingen hoog, met een metalen wenteltrap, herbergt een kleine 30.000 volumes met de teksten van de Handelingen (verslagen) van de Eerste en Tweede Kamer sedert 1814. Eén boekenplank is bewust leeg gelaten, op de plaats waar zich normaal gezien de jaargangen 1940-1945 zouden moeten bevinden. Tijdens die jaren kwam de Staten-Generaal omwille van de Duitse bezetting immers niet bijeen.

Plenaire zaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uiteraard mocht een bezoek aan de plenaire zaal niet ontbreken, waar de Kamer sedert 1992 vergadert, en waar enkele maanden geleden nog een lamp uit het plafond naar beneden is gekomen, rakelings langs minister Schippers van Volksgezondheid, die zich een hoedje schrok maar gelukkig verder ongedeerd bleef. Helaas mochten er in het halfrond geen foto’s gemaakt worden en daar hebben we ons dus ook niet aan gewaagd, want de veiligheidsagenten hielden ons nauwlettend in de gaten. De foto hierboven heb ik dus niet zelf gemaakt; het is een royalty-free foto die ik op Wikipedia heb gevonden.

Deze moderne, nieuwe zaal is veel ruimer en een hele verbetering tegenover de oude vergaderzaal, die inmiddels gerenoveerd is en het oorspronkelijke karakter van balzaal heeft teruggekregen. Er zijn wel enkele moderne elementen toegevoegd in de vorm van een veelkleurig tapijt en twee grote geometrische sculpturen met ingebouwde verlichting aan het plafond. Waar in de oude zaal berichtjes van de medewerkers nog via bodes doorgegeven moesten worden naar de minister die aan het spreekgestoelte stond, is de nieuwe vergaderplek tegenwoordig voorzien van moderne communicatiemiddelen.

We komen ook in een zaal waar grote geschilderde portretten van voormalige kamervoorzitters aan de muur hangen. De ramen in de tegenoverliggende wand geven uitzicht op het Binnenhof, waar op dat moment een ijsventer een hoorntje schept voor enkele toeristen.

Tijdens de rondleiding werd al snel duidelijk dat het complex een aaneenschakeling is van oude en nieuwe gebouwen, en veel weg heeft van een doolhof. Het gedeelte waar de DVR zijn kantoren heeft, is vroeger zelfs nog een hotel geweest. DVR staat voor Dienst Verslag en Redactie, en is de nieuwe naam voor de vroegere Stenografische Dienst. In de gangen kwamen we nog een glazen kast tegen met enkele museumstukken, o.a. bandopnemers, een grote, zware IBM Selectric II (zoals ik er ooit nog een gehad heb), een oud model Velotype en een ergonomisch vormgegeven Microsoft Natural Keyboard. Jawel: ook deze technologische verwezenlijkingen uit de laatste decennia van de twintigste eeuw zijn inmiddels historisch erfgoed.

HandelingenkamerNa de rondleiding en de lunch in het restaurant van de Tweede Kamer moest er gewerkt worden: tijd voor de wedstrijd correspondentie & notuleren. Aan die wedstrijd heb ik zelf niet meegedaan, en ik kan er dus weinig over zeggen, maar even later waren de deelnemers aan de wedstrijd tekstproductie aan de beurt. Daar had ik me wel voor ingeschreven. Deze wedstrijd verliep zoals het wereldkampioenschap: 30 minuten typen met minimaal 360 aanslagen per minuut en maximaal 0,25% fouten. Voor iedere fout worden er 100 aanslagen afgetrokken, en op basis van de resulterende netto-snelheid wordt het klassement opgemaakt. Iedere deelnemer had zijn of haar eigen materiaal meegebracht: voor de meesten een laptop met extern toetsenbord (qwerty voor de Nederlanders, azerty voor de Belgen), en één deelnemer met een Velotype.

Aangezien ik vermoed dat de meeste van mijn lezers geen idee hebben wat een Velotype is, probeer ik het hier even kort uit te leggen: het is een speciaal toetsenbord – een Nederlandse uitvinding trouwens – dat ontworpen is om (veel) sneller te kunnen typen. Op een gewoon azerty- of qwertyklavier typ je letter per letter, één toets tegelijk. Op een Velotype daarentegen typ je lettergreep per lettergreep, en dat gaat dus veel sneller. Zo snel, dat een geoefend velotypist geen moeite heeft om een snelle spreker bij te houden. Om dat mogelijk te maken, werkt de Velotype met akkoorden: net als op een pianoklavier sla je meerdere toetsen tegelijkertijd aan. De combinatie van de aangeslagen lettertoetsen geeft je een lettergreep, en ingebouwde software zorgt ervoor dat die letters in de juiste volgorde verschijnen, zodat je lettergrepen en woorden kunt vormen. Omdat dit een heel andere (en snellere) manier van werken is, vormen deelnemers die een Velotype-toetsenbord gebruiken bij de wedstrijd tekstproductie een aparte categorie.

Na afloop van de wedstrijd werden de ingetypte teksten over het internet doorgestuurd naar Praag, waar op dat moment Intersteno-medewerkster Helena Matoušková klaarzat om via speciaal voor dat doel ontworpen software de aanslagen te tellen en de fouten op te sporen. Deze verwerking verliep vlotjes, zodat korte tijd daarna de bekendmaking van de resultaten al kon plaatsvinden. Die bekendmaking betekende voor mij een aangename verrassing: bleek namelijk dat ik de beste prestatie had neergezet en ik won dus goud. (Ik kan me nog steeds niet van de indruk ontdoen dat mijn vrouw daar nog trotser op is dan ikzelf...) Op eerdere wedstrijden – en nu heb ik het over járen geleden – was Danny Devriendt mij altijd met een ruime voorsprong voor geweest, maar deze keer was het dus andersom. Gelukkig nam hij het sportief op en was hij tevreden met zilver. Het brons was weggelegd voor Yannick Germonpré. Niet zonder een vleugje chauvinisme vermeld ik er graag nog even bij dat de drie eremetalen in Den Haag dus weggekaapt werden door drie Belgen, sterker nog: drie West-Vlamingen, en nog sterker: drie Bruggelingen! Maar de andere deelnemers hebben uiteraard ook heel hard hun best gedaan, en ik wil hen hierbij nog eens allemaal feliciteren met de behaalde diploma’s. Vooral mijn echtgenote, Miche, die ruim 390 aanslagen per minuut haalde.

Ook de mensen die deze dag voor ons georganiseerd hebben, verdienen een pluim, want alles was piekfijn in orde: wedstrijdorganisator en -coördinator Jan den Holder en de mensen van de DVR: Marlene Rijkse, Rian Schwartz-van Poppel, en Wouter Zwijnenburg die deskundige uitleg gaf tijdens de rondleiding. Ook Daniel Tuijnman, die voor de belangstellenden graag nog een korte demonstratie gaf van zijn Velotype.

We sloten de dag in stijl af met een gezellig en lekker etentje bij de Italiaan aan de overkant van het Plein. Aperitief buiten op het terras, eten binnen in het gezellige interieur met live muziek en vlotte bediening.

Ik had nog even getwijfeld om dit stukje als titel mee te geven: ‘Eerste plaats lijst Tweede Kamer’, maar dan hadden jullie misschien ten onrechte gedacht dat ik van plan was in de politiek te gaan.

Voor de rest is er die vrijdag de dertiende overigens helemaal niets misgelopen: iedereen is zonder problemen en op tijd in Den Haag geraakt, er zijn geen lampen uit het plafond gevallen, niemand liep of reed verloren, en de wedstrijd is prima verlopen. Waarmee weer maar eens aangetoond is dat vrijdag de dertiende een dag als een ander is, waar je helemaal niet bang voor hoeft te zijn.

www.interinfo.nl
www.intersteno.org
www.tweedekamer.nl
www.velotype.com